home
WELKOM  » TOPSTUKKEN  » CODEX AMSTELODAMENSIS 73
NL |  FR |  DE |  EN

“Gallia est omnis divisa in partes tres, quarum unam incolunt Belgae, aliam Aquitani, tertiam qui ipsorum lingua Celtae, nostra Galli appellantur…”

Dit is het begin van het boek Rapporten over de oorlog in Gallië van Julius Caesar, beter bekend als De bello Gallico. Daarin doet de auteur jaar na jaar verslag van zijn campagnes in Gallië in de jaren 50 voor Christus.

In het Nederlands luidt het: “Gallië als geheel bestaat uit drie delen, waarvan de Belgen er één bewonen, de Aquitaniërs een ander, en het derde degenen die in hun eigen taal ‘Kelten’ worden genoemd en in de onze ‘Galliërs’… Van al deze volkeren zijn de Belgen het dapperst.”

Caesars oorspronkelijke tekst hebben we niet meer. Hij werd in kloosters steeds opnieuw overgeschreven en zo kunnen we hem lezen in middeleeuwse handschriften. Dit is een prachtig voorbeeld van zo’n manuscript uit de negende eeuw. Het komt uit de universiteitsbibliotheek van Amsterdam en is een erg belangrijk document in de tekstoverlevering van Caesars werk, samen met nog drie andere handschriften. Niet toevallig zijn ze alle vier geschreven in kloosters in Frankrijk, het gebied waar Caesar over schrijft.

Het woord ‘rapporten’ in de titel van Caesars werk is overigens bedrieglijk. Zijn jaarverslagen zijn níet objectief. Caesar is de good guy, en de Galliërs zijn de barbaarse bad guys. Waarom schreef Caesar deze propaganda? Om in Rome indruk én een goede beurt te maken. Zo wilde hij zijn macht en invloed versterken. “De grote Julius Caesar kon gerust aan het hoofd staan van het Romeinse Rijk”: dát was zijn Grote Boodschap.

Vermelding (©): Universiteit van Amsterdam